
Wat is dat voor ruig stukje grond? Kan dat niet wat netter? Nee hoor, dat is de bedoeling. De ‘wilde tuin’ is speciaal aangelegd voor de amfibieën: kikkers, padden en salamanders.
De wilde tuin blijft bewust rommelig om planten en dieren hun gang te laten gaan. Hier kunnen ze eten, groeien, bloeien, schuilen en scharrelen. Er groeien inheemse planten: planten die hier van nature voorkomen. Insecten, amfibieën, reptielen, vogels, kleine zoogdieren en andere beestjes leven en verstoppen zich in de houtblokken en stenen die er liggen.
Kijk maar mee, van laag naar hoog:
- Onderaan is een diepe sloot met vissen. Ook de ijsvogel houdt van dit water.
- Daarnaast ligt een poel met waterplanten; een broedkamer voor amfibieën. Kikkers en padden overwinteren in de diepe modderput. In de moerasoever zie je in het voorjaar kikkerdril.
- De ringslang legt haar eieren in de broeihopen aan de waterkant. En de libellelarve kruipt na twee jaar onder water op het droge, en vliegt weg.
- Daarboven groeien inheemse planten in de zon, vol met vlinders.
- En tenslotte, hoog en droog, staan struiken met bessen en bloemen waar vogels en insecten lang van kunnen genieten.